Onderweg – de expositie

Foto’s, tekeningen, schilderijen, brieven en verhalen uit de katernen van de serie OndertussenOnderweg.

2015. Een jaar waarin onderweg een andere betekenis kreeg door de iconische beelden van de duizenden mensen op de vlucht. In dat jaar gingen kunstenaars en schrijvers op reis om te ontmoeten en nog niet gehoorde verhalen van vluchtelingen te vangen in tekst en beeld.

Senad Alic schilderde, Olga Grigorjeva tekende en schreef, Negin Zendegani fotografeerde en Fleur Bakker reisde naar de randen van Europa en tekende.

Podium Mozaiek
8 februari – 20 maaart
maandag t/m vrijdag vanaf 11 uur
zaterdag en zondag vanaf 10 uur

Wij van het azc

Door George Tobal met illustraties van Fleur Bakker

“Toen we als gezin weer moesten verhuizen, stonden we tegen over elkaar voor de witte bus die ons weg bracht naar een andere plek. Een afscheid.
Ik keek haar aan en zei:
Ik here op. Finish.
Ze keek me aan en zei: nee. Tot ziens.
Tot ziens?
Ja. Tot ziens.
Goed. Tot ziens”
George Tobal, theatermaker, schrijver, woonde 11 jaar in asielzoekerscentra in Nederland.
De Overkant

Door Fronnie Biesma

“De kinderen zeggen tegen alle buren goedemorgen, ze dachten even dat dat de naam van de buren was. Ze gaan nog niet naar school, spelen op straat en worden gepest door de andere kinderen in het dorp. Zouden die kinderen weten dat deze kinderen op een te kleine boot met teveel mensen dagenlang over de zee gevaren hebben, bang, in de armen van hun moeder en vader? De reis van Libië naar Catania, Sicilië, Italië. Dat ze gelukkig de boot twee dagen ervoor gemist hebben, omdat ze werden opgepakt en opgesloten. Dat iedereen van die boot verdronken is.”

Fronnie reisde in 2015 langs asielzoekerscentra. Flarden en foto’s, fragmentatie.

Asielzoekerscentrum Slagharen

Door Olga Grigorjeva

“Als mensen hoorden waar we naar toe moesten verhuizen glimlachten ze en sommigen zongen dan vrolijk: ´Slag- haaaaaa-ren´. Raar, raar, raar, het is helemaal niet zo grappig o zo vaak met spullen en spulletjes op de trein te stappen en oude vrienden en kennissen achter te laten. De kinderen moeten naar een nieuwe school. Pff….Maar oké. We moeten eerst met een bus, dan de trein, nog een bus, een stukje lopen en daar dan eindelijk azc Slagharen. Ik kijk rond. Er is niets bijzonders op deze plek. Waarom reageerden mensen zo vrolijk. De volgende ochtend word ik wakker van rare geluiden: gillende mensen, hard gelach, muziek, clowns. In dit azc horen we de geluiden van een attractiepark en we gaan het ritme daarvan in ons leven volgen. Eerst vind ik het akelig die vrolijke geluiden in deze onvrolijke omgeving. Tot ik me realiseer dat het een geweldige metafoor is voor alles wat er in die maanden met mij gebeurt. Het gewone leven gaat vrolijk door alleen ik hoor er niet meer bij. Ik leef niet meer. Ik ben bezig met wachten.”

Olga schildert, tekent en maakt beeldhouwwerken en door middel van haar kunst verbindt ze mensen. Ze schreef en tekende een katern waarin ze haar ervaringen in het asielzoekerscentrum in Slagharen vormgeeft en vertaalt naar tips voor mensen die op de vlucht, in Nederland in een azc belanden.

 

Onderweg

By ,   No tags,   0 Comments
Onderweg

Fleur tekende, Fronnie schreef.

“Ik schrijf en ik teken en bij alles heb ik het scherpe bewustzijn hoe het is voor de mensen onderweg die aan de andere kant van de grens geboren zijn. Het is goed om op die grens te zijn. Het is de werkelijkheid in de ogen kijken. Zoals de mensen in Sicilië de mensen op de boten in de ogen kijken en de doden begraven. Doe doe je als je op de grens van Europa woont.”

Fleur tekent en schildert ontwerpt en geeft haar betrokkenheid bij en met vluchtelingen en asiezoekers vorm in concrete projecten. Ze heeft verschillende kunstprojecten in asielzoekerscentra opgezet via De Vrolijkheid, Meneer de Leeuw en de Refugee Company. Voor OndertussenOnderweg maakte ze samen met Fronnie Biesma een omgekeerde reis naar Sicilië. Ze ontmoetten en zagen. Aan de kust waar mensen op de vlucht Europa bereikten of onderweg verdronken. Het schuldige landschap.

 

Selvy

Fotografie: Negin Zendegani
Tekst: Fronnie Biesma

“Kinderen fotograferen als ze nog maar kort in Nederland zijn laat vooral zien wat het voor kinderen betekent op de vlucht te zijn. Kinderen zijn veerkrachtig. Dat zie je. Maar ook dat de onzekerheid, het anders zijn dan veel andere kinderen in Nederland, het steeds meer wisselen van een tijdelijk thuis in een azc, een sterke wissel trekt op deze jonge levens. Gewone kinderen in een bijzondere situatie.”

Negin Zendegani

Negin Zendagni: beeldend kunstenaar, fotografe. Negin (Iran) kwam eind jaren ’90 naar Nederland. Ze volgde de Rietveld Acadmie en specialiseerde zich in fotografie tijdens de opleiding Vrije Kunst in Arnhem. Ze maakte series over vluchtelingen in Nederland, straatkinderen in Mongolië en de aanwezigheid van het communisme in het dagelijks leven in Vietnam. Voor OndertussenOnderweg fotografeerde ze kinderen in asielzoekerscentra.

p.s. Selvy dat ben jij, dan ben ik. Selvy is een oerpop, zoals kinderen een pop tekenen. De Vrolijkheid wil ervoor zorgen dat alle kinderen in asielzoekerscentra een eigen Selvy krijgen. Wil je daar aan bijdragen en ook een Selvy geven of zelf maken. Dat kan! Want dat blijven we vanaf nu natuurlijk gewoon samen doen. Kijk op www.vrolijkheid.nl

De foto’s van Negin verschenen op 19 juni 2015 in de Volkskrant. Download hier het artikel “De paradox die typisch Nederlands blijkt te zijn“.

 

 

 

Een ode aan een asielzoekerscentrum

“Een mens heeft zijn lot niet in de hand, maar bepaalt wel de manier waarop hij op de gebeurtenissen reageert. Gezondheid, maatschappelijk aanzien, rijkdom: maak je er niet druk om, maar neem het zoals het komt. Die levenshouding leidt tot volmaakte vrijheid en geluk.”

Filosofisch, Toch? Ook mooi in essentie.

Een koude decemberochtend. Uit mijn 1200 euro laptop klinkt de onheilspellend Requiem van Verdi. Ik kijk uit het raam en bekijk hoe de bomen zich van hun blaadjes ontkleden.
Voor me staat een lege fles Whiskey van gisterenavond. Nee, het was geen gezellig feestje. Meer een eenzame viering van mijn lege vrijheid. Ik vraag me af of mijn donkere gemoedstoestand een resultaat is van de kater, of is het de muziek die het beïnvloedt.

Ik kan het niet bedwingen, maar af en toe wellen mijn herinneringen over het Asielzoeker Centrum, waar ik 11 jaar lang heb gewoond, op.
Ik was gelukkig. Gek…. Altijd heb ik beweerd dat het daar verschrikkelijk was. Dat dat grote veld vol met caravans, midden in het bos, weg van de stad, weg de maatschappij, de bron van veel ellende in mijn leven, en in het leven van velen zoals ik, is.

Waarom mis ik het zo? Waarom heb ik het gevoel dat ik daar thuis hoor?
Is het omdat gezondheid, maatschappelijk aanzien en rijkdom daar niet belangrijk waren. Er waren geen eerste klas asielzoekers, geen elite vluchtelingen waarvoor de kamers mooier waren ingericht. iedereen en alles was hetzelfde. Een communistisch systeem kun je zeggen.
De dictator was het IND. Iedereen had dezelfde kamers. kreeg hetzelfde en deed hetzelfde: Wachten op een verblijfsvergunning.

Ik woon nu in Haarlem, op 5 min afstand van de stadsschouwburg, een mini cooper voor de deur, een hoog plafond huis. Maar ik mis het AZC.

Ik mis de Afrikaan die een krat bier kocht van de Aldi om die vervolgens voor een paar cent meer door verkocht aan de bewoners.
Ik mis de Iranier die opium rookte om zijn chronische pijn, door de martelingen in Iran te bedrukken.
Ik mis de Armeen die illegale sigaretten verkocht voor 1,50 euro.

We waren jong, maar echt jong. Pubertijd jong. We gingen zwemmen om leuk meisje te ontmoeten in het zwembad.
We zwommen, versierden meisjes, vochten in de regen, stalen koekjes, scholden uit en werden nageroepen dat we naar ons eigen land terug moesten.
We kochten stiekem bier en fantaseerden hoe het zou zijn als we uit deze hel kwamen. We leefden. We genoten van onze gesloten vrijheid.

Nu is iedereen weg. Iedereen heeft een huis in de stad, een auto voor de deur en 1200 euro laptop.
Van ons thuis is niets overgebleven. Er is namelijk op de plaats van het AZC een golfbaan gebouwd. Waar eersteklas mensen met ballen spelen.

Ons thuis is weg.
Mijn vriend Samen Amini zegt: Je kan een kind uit een AZC halen maar je haalt het AZC nooit uit een kind.
HA. Daar heb je gelijk in mijn vriend!!!!

Lampedusa zomer 2009

Rome, 21 augustus 2009. – Ongeveer 75 migranten zijn gestorven tijdens een illegale oversteek van Libië naar Italië. Dat hebben vijf Afrikanen verklaard die gisteren in de Middellandse Zee gered werden door de Italiaanse kustwacht. De vijf Eritreeërs vertelden dat zij met circa 75 landgenoten drie weken geleden vertrokken uit Libië. Nadat de brandstof van hun 12 meter lange, opblaasbare boot opraakte, stierven de anderen, door honger en dorst. Hun lichamen werden overboord geduwd. De Maltese kustwacht heeft deze week zeven lijken waargenomen in Libische wateren, maar het is niet zeker dat ze tot de vermisten behoren.

De naam van een van de 75 was Helewi Werede, ongeveer 28 jaar oud, net zo oud als mijn oudste dochter Widya. Zijn moeder stierf bij zijn geboorte. Hij was de jongste van een gezin van 7 kinderen waarvan 4 zoons. Hij is in een klein dorp in de hooglanden van Eritrea geboren. De zoon van een boerengezin. Zijn vader is de jongste broer van mijn moeder.

Na de dood van zijn moeder heeft mijn moeder, zoals ze dat vaak deed, mede de verantwoordelijkheid genomen voor de opvoeding en financiële bijdrage voor de kinderen. Zij hield van haar schoonzus en vond dat ze dat haar verschuldigd was. Dat heeft ze in de jaren van de oorlog tussen Eritrea en Ethiopië gedaan. Kort na de dood van zijn vrouw is mijn oom hertrouwd. Mijn moeder steunde wel het feit dat hij ging hertrouwen maar vond zijn nieuwe vrouw niet leuk. Vooral omdat ze, in haar ogen, niet zorgzaam was voor de kinderen van de eerste vrouw.

Na de onafhankelijkheid van Eritrea, toen mijn moeder in 1993 naar Eritrea terug ging – nadad ze 30 jaar in Rome had gewerkt – heeft zij de 3 jongens die nog thuis woonden bij haar in huis genomen. Daar hebben ze met korte tussenposen tot 1998 gewoond. Zij gingen in de buurt naar school, zo ook Helewi en voor de rest hadden ze het heel gezellig. Zij hielden mijn moeder gezelschap en zij zorgden voor hen.

In 1998 is opnieuw de oorlog tussen Eritrea en Ethiopië opgelaaid, de twee oudere broers moesten in dienst, Helewi niet. Maar na een paar weken heeft hij zich stiekem bij het leger vrijwillig aangesloten. Mijn moeder was wanhopig, zij is hem met bussen en te voet achterna gereisd. Hij heeft haar laten weten dat hij niet terug zou komen maar wilde vechten. Toen heeft ze hem losgelaten. Tot aan haar dood waren zijn spullen nog bij ons in huis en wanneer mogelijk zorgde ze dat hij af en toe iets nuttigs of lekkers vanuit de stad van haar kreeg.

Na een tijdje is hij gedemobiliseerd en woonde hij gedeeltelijk in het dorp en kwam soms in de stad. Zijn oudere broer is een jaar geleden gedeserteerd en na een lange omzwerving in Israel in een vluchtelingenkamp terecht gekomen. Ik had al die tijd contact met zijn oudere broer. Een paar maanden geleden kreeg ik van hem te horen dat Helewi naar Sudan was gevlucht en probeerde verder te reizen. Daarop hebben wij, alle neven en nichten in ballingschap, overlegd dat Europa geen optie voor hem was en geadviseerd dat hij naar Oeganda kon gaan en daar zou proberen werk te vinden, of als verkoper of wat dan ook een leven zou proberen vorm te geven. Voor dat doel heeft zijn broer hem geld gestuurd. Voor de zoveelste keer heeft Helewi zijn eigen wil doorgezet en het geld gebruikt om naar Libië te vluchten en daarvandaan heeft hij met zijn broer in Israel contact opgenomen en hem verteld dat hij zijn kans wilde wagen om de Middellandse Zee over te steken naar Italië. Mij hebben zij dat niet verteld maar ik hoor dat iedereen hem dat heeft afgeraden maar hij heeft doorgezet.

Vanochtend hoor ik van mijn neef dus dat de overtocht hem fataal is geworden, hij zat tussen de 75 mensen die tijdens de overtocht zijn overleden. De overlevenden hebben mijn neef in Israel laten weten dat zijn broer een van de overledenen is.

Ik heb geen woorden, nu heeft zo’n krantbericht een gezicht en een naam, een mens, een individu die geliefd was, waar veel mensen om hem gaven. Mijn zorgzame neefje die het ontbijt voor mijn moeder maakte en voor haar boodschappen deed. Een eigenwijze avontuurlijke jongen die zijn land lief had, een eigenwijze jongen met doorzettingsvermogen. Velen zullen om zijn dood verdrietig zijn, weer een ouder die om de dood van zijn kind gaat rouwen, die dat hoe dan ook moet dragen en helaas zijn kind niet kan begraven.

Migratiepolitiek, globalisering, vrede ….. ach, of beleid hier een antwoord voor heeft, ik weet het niet. Vrede, gerechtigheid en medemenselijkheid wellicht, in ieder geval kan dat wellicht de ruwe scherpe randjes ervan af halen, wie weet. Nu ben ik gewoon verdrietig.

 

Download PDF: De Verhalen Domenica Ghidei

Vrij Nederland, 23 november 2013

Fronnie is onderweg

Het is april 2015.  Ik ben in de asielzoekerscentra, de wereld van vluchtelingen, ontheemden in Nederland, er zijn, zien, horen, ontmoeten is het doel. Het vlakke land in Groningen en ter Apel, de grote hallen. De eerste vriendjes van Selvy uit Arnhem nareizen, naar Azelo en verder. En overal zijn de vluchtelingen uit Syrie, de mensen die het hebben gehaald. Ja meestal over zee. Op bezoek in het vluchtgebouw in Amsterdam en in de gevangenis, bij  studenten die ondernemingen met bewoners van azc´s op zetten, en bij de start van een summerschool in Amsterdam. Schrijven, met kunstenaars brainstormen, foto´s, de beelden, de verhalen, momenten, tijd. Een andere tijd en steeds de afstand overbruggen tussen werkelijkheden.

Sinds het 2015 is, is het me helder, dit wordt geen beter jaar in de wereld dan 2014. De afgelopen week werd ik letterlijk misselijk van de beelden van dode lichamen in zee, het meisje met de gele broek, het hoofd geknakt, het te blauwe water, de nogal vergaderachtige reactie van regeringen met de oude mantra´s, aanzuigende werking, mensensmokkelaars, de grenzen beschermen tegen de vloed. Dat het er zevenhonderd mensen moeten zijn die op een dag verdrinken om het nieuws te gaan bepalen, weten we dan nu, bij die aantallen ligt het omslagpunt, dat zijn er te veel.

Op het IJ, voor mijn huis drijven poppen, van heel klein baby formaat tot heel groot. Drenkelingen. Het is negen uur ´s ochtends, talloze schepen, grote en kleine reddingsboten, helikopters, brandweerauto´s, politie, mannen in duikuitrusting. Een oefening voor Sail. Misschien ben ik de enige die het te cynisch vindt om dat vandaag te doen. Gescheiden werelden.

Mensen die zijn uitgeprocedeerd en niet vertrekken worden met een crimineel vergeleken die zich niet zou laten opsluiten. Over de rug van Ilhaam en anderen bewoners van het vluchtgebouw heen wordt vooral politiek bedreven. Het politieke compromis wat naarstig wordt gezocht en waar nachtenlang over vergaderd wordt, hangt als zwaard van damocles boven hun hoofden. Minimale opvang met heftiger terugkeerbeleid, liefst in de weilanden van ter Apel. We houden gewoon de illusie in stand dat mensen dan wel gaan. Het krantenknipsel over de joodse vluchtelingen die in 1938 bij de grenzen werden teruggestuurd, en schreeuwden en huilden wordt op internet steeds vaker gedeeld.

En daar is het meisje met het roze jurkje met daarop hartjes, die we vergaten dag te zeggen, omdat we naar de open deur renden waar we met iemand mee naar buiten konden, vanochtend uitgezet. De stem van haar vader in mijn hoofd…’het is moeilijk, ze is hier geboren’.

Hoe is het eigenlijk met de zus van een vriend, die nog steeds Syrie niet uit wist te vluchten, dendert me ook door mijn hoofd, en waarom vraag ik dat niet altijd als ik hem zie of spreek.

En steeds moet ik weer denken aan de vader van mijn nieuwe vriendje mohamad, acht jaar uit syrie, hoe hij zijn vrouw Randa en zijn drie kinderen van acht, zes en twee uit de oorlog heeft gebracht, over zee, in zo´n bootje. We hebben gebogen over mijn ipad op de bank met het hele gezin gezocht naar het dorp in het Zuiden van Syrië waar ze woonden is en hoe de bootreis dan precies van Libië via Malta naar Italië is gegaan. Ze vertellen over de angst onderweg en hoe lang het was en dat ze geen reddingsvesten hadden en hoe mamma gilde toen ze de kinderen bij het overstappen van de kleine naar de grote boot niet meer zag.

Hij heeft een krat op zijn fiets en fietst iedere dag door zijn nieuwe woonplaats naar de school, of zijn kinderen nu al naar school kunnen, die is vol zegt de school en iedere dag zoekt hij iemand om zijn post te kunnen lezen en met gebaren uit te leggen wat er in staat. Ze hebben de tocht overleefd, omdat ze opgepakt werden in Libie, vlak voor ze zouden gaan, uren in de cel doorgebracht, dat heeft ze gered, de boot die ze daardoor misten is omgeslagen vlak voor de kust. Ze laten foto´s zien van de vrienden die daar wel op zaten, de oude vrouw waar het lichaam wel van terug gevonden is. Op de terugweg zit er in de krat op zijn fiets, plantjes, munt en koriander en uien die hij in de omgeploegde achtertuin gaat planten. Onverwoestbare liefde voor zijn vrouw en zijn kinderen, die vooral door wat zijn handen vinden te doen wordt vormgegeven. Een vader vooral.

Ik loop door het Vondelpark op zo´n eerste warme lente dag, mensen liggen in het gras, terrassen vol, gelach, rokjesdag. Als een zwerm vogels loopt een groep van vooral mannen, uit de hoorn van afrika met soms fietsen en tassen door het park, achter hen drie politiebusjes, soms denken ze een plek te hebben gevonden en dan staan ze weer op en lopen door, slenteren, de busjes er achter aan. Het is zoals het is. Ze zijn er wel, maar ze zijn er ook niet.

Opnieuw en opnieuw en opnieuw.

Ik word in de ochtend vroeg open met mijn ogen meteen open. De dag in. Het goede goed doen, het leven, aanraken en vinden, schrijven, er zijn, inspiratie, verhalen horen en vertellen. Het doet er toe. De verhalen. De mensen.

Toen kinderen niet meer werden opgesloten

Liefdesgedicht
Jij hebt de dingen niet nodig
Om te kunnen zien
De dingen hebben jou nodig
Om gezien te worden
K. Schippers

De Namen
Amoli
Ayat
Eli
Raed
Jasvinder
Jess
Saria
Stanisa
Margrita
Sinox
Ilona
Zahra
Temur
Imran
Fidon
Manuela
Sara
Alim
Ismut
Elena
Nihat
Adea
Pascal
Amin
Bilal
Kipra
Wajdihe

…en Wajdihe liet een schilderij achter en een briefje.

Het briefje
Ik ga u erg missen, ik hoop dat u het leuk gaat vinden met andere kinderen. Ik wens u veel geluk…….en…ik wou nog zo graag zien hoe de schilderij was als hij af was…

Het schilderij
Het schilderij is bijna af met een groot vraagteken en een uitroepteken.

Een zon in de linkerbovenhoek, drie wolken aan de bovenkant, een ballon in de vorm van een hartje met daarin het woordje Love en drie bloemetjes en glimmende steentjes rond de tekst…….Ik ben Wajdihe en dit gaat over mijn leven. Voel je je niet lekker en ben je niet blij dat je hier bent. Je wilt naar school maar dat kan niet. Omdat er geen school is. Dat gevoel heb ik ook gehad. Ik hoop dat alle mensen die hier komen een goede toekomst hebben. Ik ben bang over mijn toekomst. Maar God bestaat. Dus alle mensen moeten denken aan goede dingen.