Een doodgewone wereld

Door Chris Keulemans

“Een oorlog is eigenlijk niet spectaculair. Afgezien van die enkele bom gaat het meeste in stilte kapot. Energietoevoer, communicatie met de buitenwereld, toekomstverwachtingen, vertrouwen in je buren. Soms zou je bijna vergeten dat de oorlog nog bestaat. Hij kan zich tijdelijk verplaatsen, naar een andere frontlijn, naar kelders of vergaderkamers. Maar ook dan blijven de dingen kapotgaan. Een straat in oorlogstijd, vooral in zo’n sluipende, haast afwezige oorlog, is als een bejaarde die zich uitkleedt. Dat gaat heel langzaam. Wat je ziet verschijnen wordt steeds kwetsbaarder. De kleur is vanhet lichaam geweken. Het staketsel komt bloot te liggen. Het is rimpelig en ongespierd. Niet alles werkt meer. Schuldig is het niet, kwaad kan het nauwelijks nog, maar het moment is voorbij dat je je hoop erop mag vestigen.”
Chris Keulemans is schrijver, journalist, reiziger en mede-initiatiefnemer van Ondertussen.

Ontwerp door Anush Martirossian.

 

Toen kinderen niet meer werden opgesloten

Tekst, afbeeldingen en foto’s:
De kinderen die verbleven in de gesloten gezinsvoorziening in Zeist
De kinderen uit de asielzoekerscentra, hun vriendjes en vriendinnetjes
Gerard Kooistra
Monique Hoving
Fronnie Biesma
Saskia Cloosterman
Safaa Khazal

Binnen hangen de wanden propvol kleurige schilderijtjes. Veel roze en rood. Hartjes met daarin de woorden ‘love’, ‘hope’ en ‘home’. De grijze buitenmuren van het terrein zijn bedekt met groene camouflagebladeren. Rond een binnenplaats met veel speel- en fitness toestellen staan een soort blokhutten. Binnen is er speelruimte met een playstation, veel speelgoed en boeken en een creatieve ruimte vol met glitters en andere materialen om te verven en te knutselen. Elk gezin heeft een eigen blokhut. De huisjes hebben namen als Mus, Merel en Vink. Het lijkt op een vakantiepark. Maar dan wel in afzondering. De metershoge muur en het schrikdraad laten niets aan de verbeelding over.

Retour Afzender

Door Lou Muuse

Vluchtelingen, Asielzoekers, ontheemden, iedereen weet dat ze er zijn maar waar ze dan precies verblijven is voor veel mensen in Nederland een groot raadsel.

Voor mijn project Retour Afzender ben ik opzoek gegaan naar de verschillende locaties waar mensen wonen en wachten tijdens de asielprocedure.

Als fotograaf word ik gedreven door mijn nieuwsgierigheid. Wanneer het lastig wordt om iets te fotograferen of wanneer ik zelfs iets niet mag fotograferen wil ik dit juist vastleggen. Zo is het ook met de asielzoekerscentra in Nederland. Mag je er nu komen of niet en mag je er nu foto’s maken of niet? Het is allemaal niet vanzelfsprekend, alsof er geheimen zijn. Tegelijkertijd worden de bewoners van sommige centra soms 24u per dag in de gaten gehouden met cameras.

Door de grootschaligheid van de locaties lijken sommige asielzoekerscentra een dorp op zich. Dorpen die afgesloten zijn van de buitenwereld en met maar weinig faciliteiten. Op het eerste gezicht tonen de nieuwere azc’s, met de prefab woningen, een bijna prettige aanblik en goede woonomgeving. Tegelijkertijd merk ik dat hoe vaker ik er kom, hoe kaler en onprettiger ik dit begin te vinden. Twee of meer gezinnen die kamers, douches en keukens delen, bewoners die hierin soms wel 10 jaar wonen, niks in de kamers wat je echt persoonlijk mag of kan maken, de plastic stoelen, de ijzeren kasten en stapelbedden, de saaie gordijnen, overal is het hetzelfde.

In Retour Afzender ben ik de asielprocedure in Nederland gaan visualiseren, via de verschillende verblijfslocaties waar mensen langs komen en waarin mensen nog steeds onderweg zijn. Ze verhuizen van plek naar plek. www.retourafzender.eu

www.loumuuse.com

De opvang van asielzoekers kan anders

Door Fronnie Biesma, Leon Sonnenschein, Mark van Twist

Introductie
Asielzoekerscentra lijken een vanzelfsprekend gegeven in onze Nederlandse samenleving. Zo logisch als windmolens, steden, dorpen, scholen en bejaardentehuizen. Eigenlijk niet meer weg te denken. Maar bij nader inzien is dat toch een vertekend beeld. Nog niet eens zo heel lang geleden bestonden er in Nederland helemaal geen asielzoekerscentra. De opvang van vluchtelingen in asielzoekerscentra kent in feite nog maar een korte geschiedenis van ongeveer dertig jaar oud. De vraag is ook of we die asielzoekerscentra zoals we die nu kennen eigenlijk wel moeten willen, of althans zo moeten willen houden als het nu geregeld is.

De vraag dus of dit wel de meest optimale en juiste vorm is voor opvang van vluchtelingen. Is hier nu sprake van beleid en uitvoering die ten aanzien van de asielopvang het meest recht doet aan de waarden die hierbij voor een samenleving als de onze in het geding zijn.

Dat is een vraag die naar ons idee vooral niet besproken wordt, een gesprek dat vooral maatschappelijk niet gaande is, omdat alras stellingen worden betrokken en ieder in het spel van het eigen gelijk belandt.

Laten we eerlijk zijn. De asielopvang wordt geteisterd door een lelijke paradox. We willen natuurlijk niet een samenleving zijn die mensen naar een zekere dood terugstuurt en die zich onmenselijk opstelt. Het mantra van diverse kabinetten dat in de politiek nog steeds verdedigd wordt is ‘streng maar rechtvaardig’. De invulling van wat streng is en rechtvaardig is wisselt. Het uitgangspunt blijft.

Maar als uitvloeisel hiervan zijn zo in de praktijk instituten gebouwd en gebleven die vreemd zijn aan ons soort samenleving. Ze staan in Nederland, maar niet echt in gemeenten. Er wonen mensen, maar die wonen er nog niet echt.

Paradoxaal hieraan is dat het feitelijk niet echt goedkoop en ook niet echt efficiënt en effectief is, zelfs wanneer de wens zou zijn om dit ‘soort mensen’ zo snel mogelijk uit onze samenleving te verwijderen. Het systeem dat nu is ontstaan is niet alleen inhumaan omdat er rechten worden geschonden van mensen, ook kinderen. Belangrijk is ook dat die mensen uiteindelijk aan het eind van de procedure niet zelden verdwijnen uit de opvang, naar een plek op straat in Nederland of elders in Europa. De opvang zoals hij nu is, maakt vaak van mensen die mogelijke aanwinsten voor de samenleving zouden kunnen zijn, onbedoeld vooral lastpakken, slachtoffers en cliënten. Het rendement voor de samenleving is nihil.

Download het complete essay hier:  

De opvang van asielzoekers kan anders

Routed connections in late modern times

VU University Amsterdam

Bauman (2000) argues that ‘late modernity’ made the solid categories of the past fluid, leaving individuals solely responsible for their actions. This freedom has also decreased the sense of connectedness among individuals, making it difficult to deal with increasingly complex issues of our time while drawing out-weighted attention to perceived risks. This growing fear and insecurity has led to the need for new kinds of secured communities to protect individuals. These new communities are most visible when the gates excluding those considered a threat to the community are observable. In addition to visible gated or bordered forms of exclusion, we also observe the growth of less visible exclusive discursive sources of othering, which serve as invisible gates within the borders of most European nation states. The fundamental ingredient in the present exclusive source of othering is the construction of otherness through culture. The culture (including religion) of migrants is constructed as absolutely different and inferior to the culture of the natives. This, what I refer to as the “culturalist discourse of othering,” has become increasingly dominant in most European societies. I argue that the culturalist discourse of othering is based on a homogeneous, static, coherent, and rooted notion of culture combined with a rooted assumption of belonging (see also Stolcke 1995). In opposition to this growing culturalist discourse in Europe, we observe the increase of identity politics, emphasizing the politics of difference. In line with Iris Young (2007), I argue that any kind of identity politics which adapts the same reifying approach to culture or religion cannot offer long term unsettling opposition to the dominant discourses of inequality. What I will propose in this chapter is an unsettling politics of connection which is inspired by Young’s approach of the politics of positional difference. With this approach I argue that one of the most durable manners to unsettle normalized structures is to facilitate connections which are “de-normalized” and inclusive of difference. Since the power of normalized discourses are partly constituted by their repetition in daily practice, it is the repetition of an individual’s daily inclusive choices in interactions with others which provides the most powerful subverting force against the dominant discourses of othering.

In this paper, I argue that any rooted notion of imagining identities creates boundaries of difference which give the illusion of security while strengthening the foundations of polarization. As opposed to rooted positioning I will discuss routed positioning which reconnects individuals to the city. These routed positionings are manifestations of what I earlier called the unsettling politics of connection. Before presenting my discussion on this main point, I will discuss the building blocks of my argument, beginning with the condition of late modernity and the loss of connectivity.

Download the entire essay: Routed connections in late modern times

Parts of this chapter are based on the alternative lecture to the annual royal speech, in Dutch in 2012: http://www.nieuwwij.nl/opinie/verslag-alternatieve-troonrede-halleh-ghorashi/